Gitaarakkoorden leren wordt een stuk eenvoudiger als je niet probeert om meteen elk akkoord te onthouden. Begin met vier open akkoorden: Em, G, C en D. Met deze vormen oefen je de belangrijkste bewegingen van je linkerhand en kun je al complete akkoordenschema's spelen. Voeg daarna Am, E, A en Dm toe. Dan heb je acht basisakkoorden waarmee je in veel toonsoorten uit de voeten kunt.
In deze gids staat per akkoord welke snaren je aanslaat, waar je vingers komen en hoe je controleert waarom een snaar dof klinkt. Je krijgt ook een oefenroutine van tien minuten en een opbouw voor vier weken. Wil je de grepen naast je lessen kunnen leggen? Vraag dan de gratis printbare gitaar-akkoordenkaart aan. Heb je nog geen vaste leerroute, begin dan bij de complete gids over gitaar leren spelen.
Kort antwoord: leer eerst Em, G, C en D. Oefen daarna Am, E, A en Dm. Speel ieder akkoord eerst snaar voor snaar schoon voordat je de snelheid van je wisselingen verhoogt.
Welke gitaarakkoorden moet je als beginner eerst leren?
De beste eerste reeks is Em, G, C en D. Em vraagt maar twee vingers. G leert je de lage en hoge snaren tegelijk beheersen. Bij C moet je voorkomen dat je de lage E-snaar raakt. D gebruikt alleen de vier dunste snaren. Samen vormen deze akkoorden dus een praktische training voor vrijwel de hele halsbreedte.
Speel ze eerst in de volgorde Em–C–G–D. Dat hoeft nog niet snel. Eén rustige neerwaartse slag per akkoord is genoeg. Als alle snaren helder klinken, speel je vier tellen per akkoord met een metronoom op 50 tot 60 BPM. BPM betekent slagen per minuut.
Zo lees je het akkoordenschema
De notatie hieronder loopt van de lage E-snaar naar de hoge e-snaar: E–A–D–G–B–e. Een 0 betekent dat je de snaar open laat klinken. Een x betekent dat je die snaar niet aanslaat. Een getal is het vakje, oftewel de fret, waarin je de snaar indrukt.
| Akkoord | Schema E–A–D–G–B–e | Vingers | Aanslaan |
|---|---|---|---|
| Em | 0–2–2–0–0–0 | Middelvinger A2, ringvinger D2 | Alle zes snaren |
| G | 3–2–0–0–0–3 | Middelvinger E3, wijsvinger A2, ringvinger e3 | Alle zes snaren |
| C | x–3–2–0–1–0 | Ringvinger A3, middelvinger D2, wijsvinger B1 | Vanaf de A-snaar |
| D | x–x–0–2–3–2 | Wijsvinger G2, ringvinger B3, middelvinger e2 | Vier dunste snaren |
| Am | x–0–2–2–1–0 | Middelvinger D2, ringvinger G2, wijsvinger B1 | Vanaf de A-snaar |
| E | 0–2–2–1–0–0 | Middelvinger A2, ringvinger D2, wijsvinger G1 | Alle zes snaren |
| A | x–0–2–2–2–0 | Wijs-, middel- en ringvinger op D2, G2 en B2 | Vanaf de A-snaar |
| Dm | x–x–0–2–3–1 | Middelvinger G2, ringvinger B3, wijsvinger e1 | Vier dunste snaren |
De cijfers zeggen nog niets over de vinger waarmee je speelt. Daarom staat de aanbevolen vingerzetting apart vermeld. Een andere vingerzetting kan later handig zijn, maar deze vormen zijn een logisch vertrekpunt voor beginners.
De 8 basisakkoorden stap voor stap
1. Em: het makkelijkste eerste akkoord
Zet je middelvinger op de tweede fret van de A-snaar en je ringvinger op de tweede fret van de D-snaar. Laat de andere vier snaren open. Sla alle snaren aan. Klinkt een open snaar dof, controleer dan of een van je vingers ertegenaan leunt. Em is geschikt als eerste akkoord omdat je maar twee vingers plaatst en geen snaar hoeft over te slaan.
2. G: een vol akkoord over zes snaren
Zet je middelvinger op de derde fret van de lage E-snaar, je wijsvinger op A2 en je ringvinger op de derde fret van de hoge e-snaar. Sla alle zes snaren aan. Houd vooral je wijsvinger gebogen: als die plat ligt, dempt hij vaak de open D-snaar. Er bestaan meerdere G-grepen; deze eenvoudige vorm is voldoende om te starten.
3. C: leren beginnen vanaf de juiste snaar
Voor C zet je de ringvinger op A3, de middelvinger op D2 en de wijsvinger op B1. De G- en hoge e-snaar blijven open. Sla vanaf de A-snaar aan en vermijd de lage E-snaar. Bij de wisseling tussen Am en C kunnen je wijsvinger op B1 en je middelvinger op D2 blijven staan. Alleen de ringvinger verhuist. Dat maakt dit een nuttig oefenpaar.
4. D: alleen de vier dunste snaren
Zet je wijsvinger op G2, je ringvinger op B3 en je middelvinger op e2. Sla vanaf de open D-snaar aan. De twee lage snaren horen niet bij deze open D-greep. Zorg dat je vingertoppen elkaar niet wegdrukken; de kleine driehoek wordt makkelijker als je duim ongeveer achter het midden van de hals blijft.
5. Am: een compacte mineurvorm
Zet je middelvinger op D2, je ringvinger op G2 en je wijsvinger op B1. Sla vanaf de open A-snaar aan. Am lijkt qua vingerpatroon op E: bij de wisseling schuift de hele vorm één snaar op. Oefen die beweging eerst zonder aan te slaan en controleer daarna iedere snaar apart.
6. E: dezelfde vorm, één snaar hoger
Zet je middelvinger op A2, je ringvinger op D2 en je wijsvinger op G1. Alle zes snaren mogen klinken. E voelt vaak snel vertrouwd nadat je Am kent. Laat je vingers als één compact blok bewegen wanneer je tussen deze twee akkoorden wisselt.
7. A: drie vingers naast elkaar
Plaats wijs-, middel- en ringvinger naast elkaar op de tweede fret van de D-, G- en B-snaar. De A- en hoge e-snaar blijven open; sla de lage E-snaar niet aan. Is de ruimte krap, zet je vingers dan licht schuin achter elkaar. Controleer vooral of de hoge e-snaar nog vrij kan trillen.
8. Dm: nauwkeurig werken op de dunne snaren
Zet je middelvinger op G2, je ringvinger op B3 en je wijsvinger op de eerste fret van de hoge e-snaar. Sla alleen de vier dunste snaren aan. Dm vraagt wat meer spreiding dan D. Forceer je pols niet; draai de hals iets omhoog en houd de gitaar stabiel tegen je lichaam.
Zo krijg je elk akkoord helder: 8 controlepunten
- Stem de gitaar eerst. Een correcte greep klinkt nog steeds verkeerd op een ontstemde gitaar. Volg zo nodig de stappen voor gitaar stemmen in E–A–D–G–B–e.
- Plaats je vinger vlak achter de fret. Niet boven op het metaal, maar zo dicht mogelijk erachter. Daar is minder druk nodig.
- Gebruik je vingertoppen. Gebogen vingers geven de open snaren ruimte om vrij te trillen.
- Houd je duim rustig achter de hals. Knijp niet met je hele hand. De duim ondersteunt; hij hoeft de hals niet vast te klemmen.
- Sla alleen de juiste snaren aan. Bij C en A begin je vanaf de A-snaar; bij D en Dm vanaf de D-snaar.
- Gebruik niet meer druk dan nodig. Druk een snaar in, speel hem en verminder langzaam de druk. Net boven het punt waarop hij gaat ratelen zit je efficiënte druk.
- Test snaar voor snaar. Speel na het vormen van een akkoord iedere snaar los. Zo hoor je meteen welke vinger moet worden gecorrigeerd.
- Let op spanning. Ontspan je schouder, pols en kaak tussen herhalingen. Stop bij scherpe pijn, tintelingen of gevoelloosheid.
Akkoordwisselingen oefenen zonder steeds te stoppen
Vorm eerst twee akkoorden los van elkaar. Kies daarna één paar, bijvoorbeeld Em–G of Am–C. Zet een timer op één minuut en tel alleen wisselingen waarbij het tweede akkoord goed staat. Snelheid is nog niet belangrijk. Noteer je aantal, rust kort en herhaal. Je krijgt zo een meetbaar doel zonder slordig te gaan spelen.
Gebruik bij Am–C de twee vingers die kunnen blijven staan als anker. Bij E–Am verplaats je de complete vorm één snaar. Bij andere wisselingen, zoals G–D, helpt het om alle vingers tegelijk los te laten en ze als één vorm naar hun nieuwe plaats te brengen. Kijk naar de plek waar je naartoe gaat, niet naar de vinger die al los is.
Belangrijk: een metronoom is geen snelheidstest. Zet hem zo langzaam dat je op iedere eerste tel een schoon akkoord kunt spelen. Verhoog pas met 5 BPM wanneer je de reeks drie keer zonder onderbreking haalt.
Dagelijks oefenschema van 10 minuten
- Minuut 1: stem je gitaar en controleer je zithouding.
- Minuut 2–3: vorm twee akkoorden en speel iedere snaar apart.
- Minuut 4–6: oefen twee wisselparen met de één-minuutmethode.
- Minuut 7–9: speel een reeks van vier akkoorden met één neerwaartse slag per tel.
- Minuut 10: noteer welk akkoord of welke snaar nog hapert. Begin daar de volgende dag mee.
Tien gerichte minuten per dag zijn nuttiger dan een lange sessie waarin dezelfde fout steeds terugkomt. Oefen liever langzaam en regelmatig. Zodra de grepen betrouwbaar zijn, kun je de routine uitbreiden met een eenvoudig slagritme.
Opbouw voor de eerste vier weken
| Week | Akkoorden | Hoofddoel | Test aan het einde |
|---|---|---|---|
| 1 | Em en G | Vingers gebogen plaatsen en alle zes snaren schoon laten klinken | 10 rustige wisselingen zonder doffe open snaar |
| 2 | C en D | Vanaf de juiste bassnaar aanslaan | Em–C–G–D op 50 BPM zonder te stoppen |
| 3 | Am, E, A en Dm | Compacte vormen verplaatsen en dunne snaren vrijhouden | Elk van de acht grepen uit het geheugen vormen |
| 4 | Alle acht | Wisselingen combineren met een vast ritme | Een akkoordenschema twee minuten gelijkmatig doorspelen |
Dit is een richtlijn, geen deadline. Herhaal een week als de akkoorden nog niet schoon klinken. Wie stap voor stap begeleiding wil, kan de inhoud en voorwaarden van de online gitaarcursus bekijken.
Eerste akkoordenschema's om te spelen
Een akkoordenschema is een vaste volgorde die zich herhaalt. Begin met één neerwaartse slag per tel en speel ieder akkoord vier tellen. Deze drie reeksen gebruiken alleen akkoorden uit deze gids:
- G–D–Em–C: een veelgebruikte popvolgorde en een goede test voor vier verschillende handvormen.
- Em–C–G–D: dezelfde akkoorden met een andere start; prettig om mineur en majeur te leren horen.
- A–D–E–A: drie majeurakkoorden waarmee je het gericht aanslaan vanaf de A- en D-snaar oefent.
Speel eerst zonder specifiek liedje. Dan kun je volledig op je timing en klank letten. Gaat de reeks goed, zoek dan een beginnersnummer dat exact dezelfde akkoorden gebruikt en controleer ook de toonsoort en eventuele capo-positie.
Welke gitaar speelt het makkelijkst voor akkoorden?
Een elektrische gitaar heeft doorgaans lichtere snaren en vraagt daardoor minder vingerdruk. Een klassieke gitaar heeft nylon snaren die zachter aanvoelen, maar ook een bredere hals. Een western-gitaar met stalen snaren geeft een heldere akoestische klank, maar kan in het begin meer druk vragen. Geen van de drie is automatisch voor iedereen de beste keuze.
Belangrijker is dat het instrument goed is afgesteld: een te hoge snaarhoogte maakt ieder akkoord onnodig zwaar. Controleer ook of de halsbreedte bij je handen past en of je de gitaar comfortabel kunt vasthouden. Vergelijk concrete modellen, actuele Bax-prijzen en Bol-alternatieven in de gids met goede gitaren voor beginners.
Wat is je beste vervolgstap?
- Je wilt de grepen kunnen printen: vraag de gratis akkoordenkaart en startserie aan.
- Je wilt zelfstandig verder oefenen: volg het vierwekenplan uit de gids over gitaar leren spelen.
- Je wilt een vaste lesvolgorde: bekijk wat de online gitaarcursus bevat en wat die kost.
- Je zoekt nog een instrument: gebruik de gitaar-keuzehulp met actuele aanbieders.
Veelgestelde vragen over gitaarakkoorden voor beginners
Welke akkoorden moet je als eerste leren op gitaar?
Begin met Em, G, C en D. Em is eenvoudig te vormen, terwijl G, C en D je leren om verschillende delen van de snaren te gebruiken. Oefen daarna Am, E, A en Dm.
Wat zijn de vier basisakkoorden voor gitaar?
Er bestaat niet één officiële set van vier basisakkoorden. Voor beginners is Em–G–C–D praktisch, omdat je daarmee veel wisselingen en akkoordenschema's kunt trainen. Ook G–D–Em–C wordt vaak als viertal gebruikt.
Wat is het makkelijkste gitaarakkoord?
Em is voor veel beginners het makkelijkst. Je gebruikt twee vingers op de tweede fret en mag alle zes snaren aanslaan. Controleer wel of je vingers de open snaren niet per ongeluk dempen.
Wat is een makkelijk akkoordenschema voor een eerste liedje?
Probeer G–D–Em–C. Speel eerst vier rustige neerwaartse slagen per akkoord. Zoek pas daarna een liedje met dezelfde volgorde, zodat je eerst zonder extra ritmische druk leert wisselen.
Waarom klinken mijn gitaarakkoorden dof of ratelend?
Meestal staat een vinger te ver van de fret, raakt een vinger een naastgelegen snaar of gebruik je te weinig druk. Speel iedere snaar afzonderlijk en corrigeer alleen de plek waar het probleem zit.
Hoe vaak moet je akkoordwisselingen oefenen?
Dagelijks vijf tot tien gerichte minuten is een goed begin. Kies één of twee wisselparen en oefen langzaam. Regelmaat en schone grepen zijn belangrijker dan een hoog aantal herhalingen.
Zijn pijnlijke vingertoppen normaal bij gitaar leren?
Lichte gevoeligheid van de vingertoppen komt vaak voor wanneer je net begint. Neem pauze en bouw de oefentijd geleidelijk op. Scherpe pijn, tintelingen of gevoelloosheid zijn geen doel; stop dan en controleer houding, druk en afstelling.
Moet je het F-akkoord meteen leren?
Nee. Het volledige F-barréakkoord vraagt meer kracht en techniek. Leer eerst de acht open akkoorden uit deze gids. Daarna kun je beginnen met een kleine F-vorm en uiteindelijk met barréakkoorden.
Nooit meer te veel betalen
Ontvang wekelijks praktisch koopadvies, prijsdalingen en producttips. 100% gratis.

Mike Schonewille
Productrecensent
Ik maak productinformatie begrijpelijk en praktisch. Mijn missie: jou helpen sneller te vergelijken op specificaties, gebruikerssignalen en prijsinformatie.
Op zoek naar het juiste product?
Vergelijk de beste alle producten op functies, prijs en reviews.
Bekijk alle producten
