ProductPraat
Home/Blog/Cognitieve activiteiten voor je kind van 18 maanden
Cognitieve activiteiten voor je kind van 18 maanden
Baby & Kind

Cognitieve activiteiten voor je kind van 18 maanden

Mike Schonewille

Mike Schonewille

13 min leestijd
Delen:

Een kind van 18 maanden leert vooral door te proberen, te herhalen en jou na te doen. Goede cognitieve activiteiten sluiten daarop aan: iets ergens in doen, een voorwerp terugvinden, een eenvoudig probleem oplossen of ontdekken wat er gebeurt na een handeling. Je hebt daar meestal geen bijzonder speelgoed voor nodig. Met bakjes, blokken, boekjes en veilige huishoudelijke voorwerpen kun je al veel doen.

Het korte antwoord

Geschikte cognitieve activiteiten voor 18 maanden zijn een voorwerp verstoppen, spullen in en uit een bak doen, een eenvoudige insteekpuzzel maken, twee soorten voorwerpen verdelen, samen een prentenboek bekijken en alledaagse handelingen nadoen. Speel ongeveer 5 tot 10 minuten per activiteit en volg de aandacht van je kind. Voordoen mag, maar laat je dreumes daarna zelf proberen.

Wat leert een kind rond 18 maanden?

Rond 18 maanden begint een dreumes verbanden steeds bewuster te onderzoeken. Als een blok niet door een opening past, kan je kind het draaien, een andere opening proberen of jou om hulp vragen. Ook begrijpt je kind steeds beter dat een verstopt voorwerp niet verdwenen is. Dat maakt zoekspelletjes extra interessant.

Veel kinderen kunnen in deze fase een eenvoudige opdracht uitvoeren, vooral als de situatie duidelijk is. Denk aan “geef mij de bal” of “doe de lepel in de bak”. Ze herkennen bekende voorwerpen en routines, bladeren door een stevig boek en gebruiken speelgoed steeds doelgerichter. Een blok wordt gestapeld, een lepel gaat richting een pop en een borstel wordt over het haar gehaald.

Dat betekent niet dat ieder kind van 18 maanden al puzzels maakt, kleuren benoemt of zelfstandig sorteert. Ontwikkeling verloopt niet volgens een strak schema. Sommige kinderen zijn lang bezig met passen en meten, terwijl andere vooral taal, bewegen of fantasiespel interessant vinden. Kijken naar wat je kind nu probeert is nuttiger dan afvinken wat het volgens een leeftijdslijst zou moeten kunnen.

Goed om te weten

Sorteren op kleur is voor veel kinderen van 18 maanden nog lastig. Begin daarom met een zichtbaar verschil dat je kind al kent, zoals ballen tegenover blokken of lepels tegenover washandjes. Het doel is niet dat alles meteen goed ligt, maar dat je kind overeenkomsten en verschillen gaat onderzoeken.

Overzicht: cognitieve activiteiten voor 18 maanden

Activiteit Wat heb je nodig? Wat oefent je kind? Geschikte duur
In en uit Bak en grote voorwerpen Ruimtelijke begrippen en oorzaak-gevolg 5-8 minuten
Waar is het? Doek en bekend speelgoed Onthouden en gericht zoeken 3-5 minuten
Insteekpuzzel Puzzel met 1-3 grote stukken Passen, draaien en problemen oplossen 5 minuten
Twee groepen maken Twee bakjes en twee soorten spullen Vergelijken en ordenen 5-8 minuten
Blokkenproef Vier tot zes grote blokken Plannen en oorzaak-gevolg 5-10 minuten
Plaatjes zoeken Stevig prentenboek Herkennen, onthouden en taalbegrip 5-10 minuten
Huishouden nadoen Doekje, borstel of grote lepel Imiteren en handelingen begrijpen 5-10 minuten
Welke past? Doos met grote openingen en voorwerpen Formaat inschatten en proberen 5 minuten

1. Spelen met in, uit, open en dicht

Zet een lage kunststof bak neer met vier of vijf grote voorwerpen, bijvoorbeeld een zachte bal, houten blok, washandje en grote lepel. Laat zien hoe je één voorwerp in de bak doet en er weer uit haalt. Benoem alleen wat er gebeurt: “De bal gaat erin” en “Nu is hij eruit.” Geef daarna de bak aan je kind.

Deze activiteit past goed bij 18 maanden omdat je dreumes begrippen door handelingen leert. Gebruik eerst een open bak. Voeg later een eenvoudig deksel toe dat los op de bak ligt. Een volgende variatie is een tas met een brede opening. Stop wanneer je kind de spullen weggooit, wegloopt of boos wordt omdat het deksel niet lukt. Dat is geen mislukking, maar een teken dat de taak of speeldag lang genoeg is geweest.

Wil je verder bouwen op dit soort onderzoekend spel, lees dan ook waarom spelen en leren bij jonge kinderen zo sterk samenhangen.

2. Een voorwerp verstoppen en terugvinden

Neem een geliefde knuffel, bal of beker en een kleine doek. Laat je kind het voorwerp goed zien. Leg de doek er half overheen en vraag: “Waar is de bal?” Wacht een paar tellen voordat je helpt. Maak het voorwerp helemaal zichtbaar als je kind niet reageert en probeer het later opnieuw.

Gaat dit gemakkelijk, verstop het voorwerp dan volledig onder de doek. Daarna kun je twee doeken neerleggen en je kind laten kiezen. Houd het eenvoudig: één verstopt voorwerp en maximaal twee mogelijke plekken zijn op deze leeftijd meestal uitdagend genoeg. Speel drie tot vijf rondes. Stop als je kind de doek vooral wil dragen, erop wil kauwen of niet meer zoekt. Je kunt dan gewoon meedoen met het nieuwe spel dat je kind zelf heeft bedacht.

3. Een eenvoudige puzzel leren maken

Kies een stevige insteekpuzzel met één tot drie grote stukken en duidelijke vormen. Een knop waaraan je kind het stuk kan vastpakken maakt de eerste pogingen gemakkelijker. Haal één stuk uit de puzzel en laat de rest zitten. Wijs de lege plek aan en geef het passende stuk aan je kind.

Past het niet meteen, draai het stuk dan niet direct zelf goed. Zeg bijvoorbeeld: “Hij past nog niet. Zullen we draaien?” Help zo weinig als nodig. Je kunt eerst je hand onder die van je kind leggen en samen draaien. Laat bij een volgende poging meer los. Vijf minuten is ruim voldoende.

Een puzzel met veel kleine stukken vraagt meer precisie en kan frustreren. Ook losse puzzelstukken die in een mond passen zijn ongeschikt. Een stevige vormenstoof kan een alternatief zijn, mits de vormen groot zijn en de openingen duidelijk verschillen. Vergelijkbaar spel met stapelen en passen vind je bij constructief spelen met blokken.

Tip: geef denkruimte

Wacht na een vraag of aanwijzing ongeveer vijf tellen. Een dreumes heeft tijd nodig om woorden te verwerken, naar het materiaal te kijken en een beweging te plannen. Door niet meteen in te grijpen krijgt je kind de kans zelf een oplossing te proberen.

4. Twee soorten voorwerpen verdelen

Leg twee lage bakken neer. Gebruik drie grote blokken en drie zachte ballen, of combineer grote lepels met washandjes. Doe één bal in de ene bak en één blok in de andere. Geef daarna een voorwerp aan je kind en vraag: “Waar hoort deze?” Accepteer dat je kind alles in één bak doet of de bakken omkiept. Ook daarmee onderzoekt het ruimte, hoeveelheid en oorzaak-gevolg.

Maak het verschil tussen de groepen eerst heel zichtbaar. Sorteren op alleen rood en blauw is lastiger, omdat kleur een abstracter kenmerk is dan vorm en gebruik. Als je kind het principe begrijpt, kun je variëren met grote en kleine veilige voorwerpen. Gebruik geen knopen, kralen, doppen, droge pasta of andere kleine materialen.

Houd het bij twee groepen en maximaal zes voorwerpen. Stop wanneer je kind niet meer kijkt naar wat je voordoet of een ander doel met de bakken kiest. Op deze leeftijd hoeft een sorteerspel geen nette einduitkomst te hebben.

5. Bouwen, omgooien en opnieuw proberen

Geef je kind vier tot zes grote, lichte blokken. Bouw zelf een toren van twee blokken en laat je kind hem omduwen. Bouw opnieuw en bied daarna een blok aan. Sommige kinderen stapelen zelf al een paar blokken; andere leggen ze naast elkaar of stoppen ze in een doos. Al deze varianten leveren informatie op over afstand, evenwicht en volgorde.

Maak er geen wedstrijd van om de hoogste toren. Vraag liever: “Kan deze erop?” of “Wat gebeurt er als de grote onderaan staat?” Een leuke variatie is een korte rij maken en een speelgoedauto of bal erlangs bewegen. Met twee omgekeerde bakjes kun je ook proberen een brug te bouwen.

Blokken verbinden denken met fijne motoriek. Wil je zien hoe dit later verdergaat, dan sluit de gids over fijne motoriek stimuleren rond 2 jaar hier goed op aan.

6. Samen kijken en zoeken in een prentenboek

Kies een kartonboek met grote afbeeldingen van herkenbare dieren, voertuigen, eten of dagelijkse routines. Je hoeft het verhaal niet woord voor woord voor te lezen. Wijs een afbeelding aan, benoem die en geef je kind tijd om te kijken. Vraag daarna iets concreets: “Waar is de hond?” of “Zie jij de schoen?”

Je kunt ook een echt voorwerp naast het bijbehorende plaatje leggen, bijvoorbeeld een lepel naast een afbeelding van een lepel. Daarmee ontdekt je kind dat een tekening naar iets uit het dagelijks leven verwijst. Een andere variatie is een geluid maken en samen het passende dier zoeken.

Volg het tempo van je kind. Wil je kind drie pagina’s overslaan of steeds naar hetzelfde plaatje terug, dan is dat prima. Vijf aandachtige minuten leveren meer op dan een boek moeten uitlezen. Voor meer ideeën rond woorden en begrijpen kun je verder lezen over taalontwikkeling stimuleren vanaf 1 jaar.

7. Dagelijkse handelingen nadoen

Imitatie is rond 18 maanden een krachtige vorm van leren. Geef je kind een schoon doekje terwijl jij de tafel afneemt, een zachte borstel tijdens het haren borstelen of een grote lepel bij het verzorgen van een pop. Doe één korte handeling voor en wacht af wat je kind ermee doet.

Benoem de volgorde: “Eerst poetsen, dan is de tafel schoon” of “De pop krijgt een hapje.” Zo leert je kind niet alleen een beweging nadoen, maar ook dat handelingen een doel en volgorde hebben. Verwacht geen precies rollenspel. Een kind kan de lepel in een bak stoppen, ermee tikken of hem aan jou voeren. Dat zijn allemaal zinvolle ontdekkingen.

Gebruik veilige, onbreekbare spullen zonder scherpe randen. Schoonmaakmiddelen, medicijnen, cosmetica, hete pannen en echt gereedschap blijven buiten bereik. Een droge doek of lege kom is genoeg om mee te doen.

8. Een eenvoudige pasproef maken

Neem een stevige doos of bak met een brede opening en verzamel drie grote voorwerpen die duidelijk van formaat verschillen. Laat je kind proberen welk voorwerp door de opening past. Benoem wat je ziet: “Deze is te groot” of “De bal past wel.” Geef niet vooraf het antwoord, maar laat je kind draaien en opnieuw proberen.

Je kunt de opening later veranderen of twee dozen gebruiken. Een doos met een brede en een smallere opening maakt kiezen mogelijk. Controleer vooraf dat de doos niet kan scheuren in kleine stukjes en dat nietjes, tape en scherpe kartonnen randen afwezig zijn.

Als je kind herhaaldelijk vastloopt, maak je de opening groter of bied je één passend voorwerp aan. Stop zodra frustratie het overneemt. Een goede uitdaging vraagt inspanning, maar je kind moet af en toe ook succes kunnen ervaren.

Zo begeleid je zonder het spel over te nemen

Een dreumes leert niet sneller doordat je voortdurend uitlegt of corrigeert. Begin met één duidelijke voordoenbeurt en geef het materiaal daarna aan je kind. Gebruik korte zinnen en herhaal dezelfde woorden. “Blok erin”, “deksel open” en “bal weg” zijn op dit moment bruikbaarder dan een lange uitleg.

Laat ook ruimte voor herhaling. Tien keer hetzelfde blok in een bak doen kan voor een volwassene eenvoudig lijken, maar je kind controleert telkens opnieuw of de uitkomst hetzelfde blijft. Verander de activiteit pas wanneer je merkt dat de handeling heel gemakkelijk gaat of de belangstelling verdwijnt.

Een handige opbouw is:

  1. Doe de handeling één keer rustig voor.
  2. Geef je kind tijd om zelf te proberen.
  3. Geef een korte aanwijzing als het vastloopt.
  4. Help alleen bij het deel dat nog niet lukt.
  5. Eindig terwijl de sfeer nog prettig is.

Je hoeft deze activiteiten niet allemaal op één dag te doen. Eén gericht spelmoment naast vrij spelen is al voldoende. Vermoeidheid, honger en drukte hebben veel invloed op de aandacht. Een activiteit die vandaag niet aanslaat, kan volgende week ineens favoriet zijn.

Veilig cognitief spelen met een dreumes

Blijf tijdens deze activiteiten voortdurend in de buurt. Kinderen van 18 maanden onderzoeken materiaal nog regelmatig met hun mond en kunnen onverwacht klimmen, trekken of gooien. Gebruik alleen onderdelen die niet in de mond of keel kunnen verdwijnen. Controleer speelgoed op losse knopjes, splinters, scheuren, loszittende batterijklepjes en sterke magneten.

Kies niet-giftige, goed schoon te maken materialen die bedoeld zijn voor jonge kinderen. Huishoudelijke spullen zijn alleen geschikt als ze onbreekbaar zijn en geen scherpe randen, koorden, plastic zakken, vloeistoffen of losse onderdelen bevatten. Laat je kind niet spelen met droge bonen, rijst, kralen, munten, doppen of knopen.

Wanneer stop je?

Stop als je kind materiaal in de mond blijft steken, spullen hard gaat gooien, wegloopt, overstuur raakt of zichtbaar moe wordt. Berg kleine of beschadigde onderdelen meteen op. Cognitief spel hoort geen test te zijn en hoeft niet afgemaakt te worden.

Merk je dat je kind weinig contact maakt, vaardigheden verliest of nauwelijks reageert op geluid, woorden of bewegingen, bespreek dat dan met het consultatiebureau of de huisarts. Zij kunnen naar het volledige ontwikkelingsbeeld kijken. Een losse activiteit of mijlpaal zegt op zichzelf weinig.

Veelgestelde vragen

Hoe lang kan een kind van 18 maanden zich concentreren?

Dat verschilt sterk per kind en per moment. Voor een begeleide activiteit is 5 tot 10 minuten vaak ruim genoeg. Bij zelfgekozen spel kan je kind langer doorgaan. Kijk vooral naar aandacht, plezier en frustratie in plaats van naar de klok.

Moet mijn kind van 18 maanden al puzzels kunnen maken?

Nee. Sommige kinderen plaatsen al een groot puzzelstuk, terwijl andere vooral onderzoeken, draaien of stapelen. Begin met één groot stuk en help alleen waar nodig. Niet kunnen puzzelen op deze leeftijd is op zichzelf geen reden tot zorg.

Kan ik kleuren oefenen met een dreumes van 18 maanden?

Je kunt kleuren tijdens het spelen benoemen, maar verwacht nog niet dat je kind ze correct sorteert of noemt. Zeg bijvoorbeeld “rode bal” zonder er een overhoring van te maken. Sorteren op duidelijk verschillende voorwerpen is meestal toegankelijker.

Welk speelgoed stimuleert het denken op 18 maanden?

Grote blokken, een eenvoudige insteekpuzzel, stapelbekers, een vormenstoof, stevige prentenboeken en speelgoed voor eenvoudig fantasiespel passen goed. Het speelgoed hoeft niet elektronisch te zijn. Materiaal waarmee je kind zelf kan proberen en variëren biedt vaak de meeste speelruimte.

Wat doe ik als mijn kind snel boos wordt bij een activiteit?

Maak de opdracht kleiner. Bied één puzzelstuk aan, gebruik minder voorwerpen of maak de opening groter. Doe één stap samen en laat je kind daarna verdergaan. Blijft de frustratie, stop dan vriendelijk en probeer het op een ander moment opnieuw.

Hoe vaak moet ik cognitieve activiteiten aanbieden?

Een apart oefenschema is niet nodig. Verwerk korte denkspelletjes in gewone momenten, zoals opruimen, aankleden, boekjes kijken en tafel dekken. Dagelijkse herhaling en vrij spel geven je kind volop kansen om te onderzoeken en verbanden te leggen.

🎯

Nooit meer te veel betalen

Ontvang wekelijks praktisch koopadvies, prijsdalingen en producttips. 100% gratis.

Concrete kooptips Geen spam 1x per week

Verder vergelijken

Koopgidsen die passen bij dit artikel

Alle koopgidsen →
Mike Schonewille

Mike Schonewille

Productrecensent

Geverifieerde auteur

Ik maak productinformatie begrijpelijk en praktisch. Mijn missie: jou helpen sneller te vergelijken op specificaties, gebruikerssignalen en prijsinformatie.

Op zoek naar het juiste product?

Vergelijk de beste baby & kind op functies, prijs en reviews.

Bekijk baby & kind

Cognitieve activiteiten voor je kind van 18 maanden

Terug naar boven ↑